Fout op de pagina!

Er is een fout opgetreden bij het ophalen van de pagina. Het is mogelijk dat de pagina onjuist of onvolledig wordt getoond.
De foutmelding is opgeslagen en de fout zal zo spoedig mogelijk gecorrigeerd worden.

Onze excuses voor de overlast.

Oproeping en aanhouding

2. Oproeping en aanhouding
a. De griffier roept verweerder op voor behandeling van het verzoek in raadkamer. Deze oproeping vindt plaats zowel bij aangetekende brief met handtekening retour als per gewone brief. De procureur van verzoeker wordt van de behandeling op de hoogte gesteld.

b. Betreft het een faillissementsverzoek van een natuurlijk persoon, dan wordt deze in de gelegenheid gesteld om een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringregeling in te dienen. De griffier houdt de procureur van het faillissementsverzoek op de hoogte van de voortgang ervan. Bij (onherroepelijke) afwijzing van het verzoek schuldsanering zorgt de griffier voor hernieuwde oproeping of aanzegging terzake het faillissementsverzoek.

c. Een verzoek tot faillietverklaring kan in beginsel niet vaker dan vier keer en niet langer dan in totaal acht weken worden aangehouden.

d. Verzoeken tot aanhouding door de procureur van verzoeker binnen de termijn als genoemd onder 2c. zullen in beginsel worden gehonoreerd. De procureur van verzoeker dient verweerder van die aanhouding behoorlijk in kennis te stellen. Indien er geen verzoek tot aanhouding is gedaan én er niemand verschijnt, zal het verzoek in beginsel als ingetrokken worden beschouwd.

e. Als verweerder verschijnt én aanhouding wordt toegestaan, worden dag en uur waarop de behandeling in raadkamer wordt voortgezet, aan verweerder aangezegd.

f. Als verweerder niet verschijnt én aanhouding wordt toegestaan, is het de verantwoordelijkheid van verzoeker om verweerder op te roepen. Indien het bericht van ontvangst kennelijk door verweerder is ontvangen, kan dit bij aangetekend schrijven. In andere gevallen is daartoe doorgaans een oproepingsexploot vereist.

g. Bij niet behoorlijke oproeping van verweerder wordt de behandeling tenminste twee weken aangehouden, teneinde verzoeker gelegenheid te geven om verweerder alsnog op te roepen op de wijze als in de vorige richtlijnbepaling is voorgeschreven. Bevindt verweerder zich buiten Nederland, dan wordt de behandeling tenminste vier weken aangehouden.